Lid 1.
Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving.
Lid 2.
Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele compenserende voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon- en leefomgeving.
Lid 3.
Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van aanwezige en bruikbare (wettelijke) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.
Lid 4.
Voor zover de in lid 3 of artikel 12 lid 2 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele compenserende voorzieningen verstrekt.
Lid 5
Indien het inkomen meer bedraagt dan 1,5 maal het norminkomen als genoemd in bijlage 1 van de beleidsregels voorzieningen Wmo, wordt het bezit van een personenauto of een met een auto vergelijkbare voorziening, gericht op het resultaat, en de daarmee samenhangende gebruik- en onderhoudskosten als algemeen gebruikelijk geacht.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 19.
Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Leusden 2012