Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Geen individuele compenserende maatregelen en/of voorzieningen

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Leusden 2012

1. Geen individuele compenserende maatregelen en/of voorzieningen worden toegekend indien: a. er beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen voorhanden zijn die voorzien in een adequate compensatie; b. als belanghebbende kosten heeft gemaakt of verplichtingen is aangegaan voordat de noodzaak van compenserende maatregelen en/of voorzieningen is vastgesteld en toegekend; c. er aan de zijde van belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor compensatie wordt aangevraagd; d. de kosten, waarop de compensatie betrekking heeft, naar oordeel van het college vermeden hadden kunnen worden; e. het een vraag betreft waarvoor de belanghebbende reeds eerder is gecompenseerd en waarvan het college van mening is de getroffen maatregelen nog steeds adequaat zijn; f. er een kortdurend participatieprobleem, minder dan zes maanden, is vastgesteld; g. de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Leusden of zijn/haar hoofdverblijf buiten de gemeente valt; h. een compenserende maatregel en/of voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze voorafgaande verordening is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de compenserende maatregel en/of voorziening, nog niet is verstreken. Tenzij de eerder vergoedde of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen; i. het een aanvraag betreft die naar oordeel van het college voortkomt uit levensloopgerelateerde fase van de aanvrager. Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, waaronder verandering van woning in verband met wijziging van leefsituatie, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. j. wordt vastgesteld dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de verantwoordelijkheden genoemd in artikel zes; k. op basis van inkomen, gedragingen en verleden geoordeeld wordt dat de aanvraagde compenserende maatregel of voorziening een voor de persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel