Naar hoofdinhoud
1.. In deze nadere regels wordt verstaan onder: a. beleidsdoel: bijdragen aan het instandhouden van gemeentelijke kerkelijke monumenten, zoals bedoeld in de nota “Werken aan de Collectie Rotterdam; Monumentenbeleid 2005-2008”; b. de Commissie: de Commissie voor Welstand en Monumenten zoals bedoeld in artikel 1 van de Monumentenverordening Rotterdam 2003; c. gemeentelijk kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een levensbeschouwelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst en is aangewezen door het college op grond van de Monumentenverordening Rotterdam 2003; d. college: college van burgemeester en wethouders; e. onderhoudswerkzaamheden: periodieke werkzaamheden om een gemeentelijk kerkelijk monument of een specifiek onderdeel daarvan in stand te houden; f. onderhoudsplan: een naar het oordeel van het college ter zake kundig opgesteld plan dat zich over een aaneengesloten periode van zes jaar uitstrekt; het plan dient gebaseerd te zijn op een bouwkundig inspectierapport en geeft gedetailleerd aan welke onderhoudswerkzaamheden - met opgave van in loon en materiaal gespecificeerde kosten - in elk van die jaren voor het betreffende gemeentelijk kerkelijk monument zijn voorzien; g. onderdelen van historische waarde: onderdelen van het gemeentelijk kerkelijk monument die expliciet worden vermeld in de omschrijving behorende bij het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument; h. bouwkundig inspectierapport: een naar het oordeel van het college ter zake kundig opgesteld rapport, dat de bouwtechnische staat van een gemeentelijk kerkelijk monument beschrijft en dat niet ouder is dan twee jaar; i. werkomschrijving: een omschrijving van de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden in het jaar van de subsidieaanvraag met daaraan gekoppeld het materiaalgebruik en de wijze van bewerking en verwerking daarvan; j. tekeningen: de tekeningen moeten betrekking hebben op de gevels en het dak; als deze niet beschikbaar zijn, dienen eenvoudige tekeningen gemaakt te worden; op deze tekeningen kan aangegeven worden waar er gerepareerd moet worden en in welk jaar de uitvoering zal plaatsvinden (in verschillende arceringen, o.i.d. en met cijfers of letters de te repareren ramen en deuren, enz.); k. begroting: de begroting omvat de kosten van de onderhoudswerkzaamheden in het jaar van de subsidieaanvraag en is gespecificeerd in hoeveelheden, uren en materialen; l. eigenaar: persoon of rechtspersoon, niet zijnde de gemeente Rotterdam, die op het gemeentelijk kerkelijk monument waarop de aanvraag om subsidie betrekking heeft een zakelijk recht heeft in de zin van: 1. de eigendom; 2. het recht van erfpacht; 3. het recht van opstal. 2.. Onder de in het eerste lid, onderdeel e, genoemde onderhoudswerkzaamheden worden in ieder geval begrepen: de werkzaamheden aan: 1. daken: het incidenteel vernieuwen van pannen of herstellen van leiwerk, het repareren en/of vernieuwen van zink, het aanbrengen c.q. goed bevestigen van lood etc. (het geheel vervangen c.q. herdekken van daken of dakvlakken wordt niet tot onderhoudswerkzaamheden gerekend; 2. schoorstenen: reparaties; 3. goten of regenwaterafvoeren: het opheffen van verstoppingen, reparaties (herstel en vervanging), schoonmaken, werkzaamheden die de waterhuishouding rondom het gebouw bevorderen; 4. gevels: het plaatselijk herstel van voegwerk, pleisterwerk, beton en natuursteen (het herstel van het voegwerk van een gehele gevel wordt niet tot onderhoudswerkzaamheden gerekend); 5. deuren, kozijnen, ramen, vensters: kleine reparaties aan de kozijnen, deuren en ramen in de buitengevel, beglazing (maar niet het vervangen van enkele beglazing door isolerende beglazing); 6. van historische waarde zijnde orgels: het verhelpen van storingen en het bijregelen van het mechaniek en incidentele werkzaamheden aan het pijpwerk, die ter plekke kunnen worden uitgevoerd (bijv. bij een verzwakte pijpvoet); 7. schilderwerk: onderhoud van het schilderwerk van buitengevelonderdelen, alsmede het schilderen van de binnenzijde van de houten en ijzeren kozijnen, ramen en deuren in de buitengevel; het schilderen (sausen) van de binnenzijde van de buitenmuren indien dit beperkt blijft tot het schilderen (bijwerken) van de herstelde schade; 8. van historische waarde zijnde luidklokken en bijbehorende slagwerken, luidinstallaties en klokkenstoelen: het smeren van bewegende delen, vastzetten van ophangconstructies, kleine werkzaamheden aan klepelogen, onderhoud aan klepels, afstellen van luidmotoren, en het afstellen van slaghamers; bij klokkenstoelen valt onder onderhoud: het vastzetten van pen- en gatverbindingen, het bestrijden van houtaantastingen en het conserveren van houtwerk, het ontroesten en conserveren van ijzeren klokkenstoelen; voor beiaarden geldt behalve het bovenstaande voor zover van toepassing: het herstellen van draadverbindingen, het afregelen van tractuur, het smeren van de speeltrommellagers, en het afstellen van de slag van de speelhamers; 9. van historische waarde zijnde uurwerken: het smeren van bewegende delen, conserveren van de uurwerkkast, onderhoud aan het elektrische opwindmechanisme, onderhoud aan de wijzers, wijzerplaten en wijzerringen, inclusief conserverend schilder- en verguldwerk; onderhoud aan overige elektrische installaties, zoals moederklokken en verlichting, vallen niet onder de in het eerste lid, onderdeel e, genoemde onderhoudswerkzaamheden; de kosten die zijn verbonden aan: het opstellen van een bouwkundig inspectierapport; het opstellen van een onderhoudsplan; het opstellen van een werkomschrijving; het vervaardigen van tekeningen; het opstellen van een gespecificeerde begroting; het begeleiden en controleren van de kwaliteit van de uitvoering; het lidmaatschap (abonnement en inspectie-uren) van de Monumentenwacht Zuid-Holland; het maken van de noodzakelijke voorzieningen in verband met bereikbaarheid en veiligheid (toegangsluiken en veiligheidsvoorzieningen); het onderhoud van de bliksembeveiliging (jaarlijkse controle en kleine reparaties) en het onderhoud van brandveiligheidsvoorzieningen voor zover deze gericht zijn op het behoud van het gebouw (o.a. jaarlijkse controle en kleine reparaties van brandmeldsystemen en blusinstallaties).

Rechtspraak bij dit artikel