Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Nuenen 2011

1. Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. een persoonsgebonden budget wordt alleen verstekt ten aanzien van individuele voorzieningen; b. de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura, indien van toepassing aangevuld met een bedrag voor onderhoud, reparatie en keuring, zoals vastgelegd in de Biv; c. de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door burgemeester en wethouders vastgelegd in de Biv; d. bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget is de verkrijger gehouden de voorwaarden in acht te nemen, die opgenomen zijn in de toekenningsbeschikking. 2. In een beschikking tot toekenning van een persoonsgebonden budget worden de omvang en de looptijd ervan vastgesteld. 3. Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen. 4. Het persoonsgebonden budget wordt ter beschikking gesteld na verzending van de beschikking. 5. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt aan burgemeester en wethouders door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt: a. de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; b. een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; c. een overzicht van de salarisadministratie (in geval van huishoudelijke hulp); volgens de voorschriften zoals door burgemeester en wethouders in de Biv opgenomen. 6. Na ontvangst van de in het vorige lid genoemde bescheiden wordt door burgemeester en wethouders beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.

Rechtspraak bij dit artikel