Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Nuenen 2011

1. Een voorziening kan slechts worden toegekend indien de ondersteuningsaanvrager door zijn beperking niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken of te gebruiken. 2. De in artikel 5.1 lid 2 onder a en lid 4 onder a tot en met d genoemde voorzieningen worden niet toegekend indien het (gezamenlijk) inkomen van de ondersteuningsaanvrager hoger is dan een door burgemeester en wethouders in te Biv vastgestelde grens. 3. Bij de verlening van de voorzieningen genoemd in artikel 5.1 lid 2 onder a en lid 4 onder a tot en met c kan rekening worden gehouden met: a. de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsaanvrager; b. de mate waarin de voorziening genoemd in artikel 5.1 lid 2 onder c en d en lid 3 onder b en c in de individuele vervoersbehoefte kan voorzien; en c. de mate waarin de vervoersbehoeften van partners samenvallen. 4. De inkomensgrens wordt vastgesteld op 1,5 keer het norminkomen. In de Biv wordt dit nader uitgewerkt. 5. De inkomensgrens is niet van toepassing wanneer men continu afhankelijk is van zittend rolstoelvervoer. 6. Burgemeester en wethouders kunnen de in artikel 5.1 onder 2 sub c en d genoemde voorzieningen beëindigen indien sprake is van kennelijk onvoldoende of ondeskundig gebruik.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel