**1.** Burgemeester en wethouders trekken een besluit genomen op grond
van deze verordening geheel of gedeeltelijk in, indien:
a niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of
verplichtingen gesteld bij of krachtens de wet;
b op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens
bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen, terwijl
de ondersteuningsaanvrager wist of redelijkerwijs had kunnen
weten dat bedoelde gegevens onjuist waren;
c gebleken is dat de voorziening niet langer noodzakelijk
is.
**2.** Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in het eerste en
derde lid, wordt de beschikking tot verlening van een
persoonsgebonden budget ingetrokken of gewijzigd met ingang van
de dag vanaf welke de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven
geen prijs meer te stellen op het budget.
**3.** Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of
een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt
dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na
uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel
waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden, dan wel dat niet
binnen zes maanden uitvoering is gegeven aan het besluit.
**4.** Bij overlijden van de ondersteuningsaanvrager eindigt de
voorziening per datum overlijden.
**5.** Bij verhuizing van de ondersteuningsaanvrager eindigt de
voorziening per datum verhuizing.
**6.** De beschikking tot verlening van een persoonsgebonden budget kan
worden ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag waarop de
ondersteuningsaanvrager zijn verplichtingen niet nakomt.
**7.** Een voorziening wordt beëindigd als blijkt dat de
ondersteuningsaanvrager zijn hoofdverblijf als bedoeld in
artikel 1.1, onder o, niet meer in de gemeente heeft.
**8.** Een voorziening wordt beëindigd indien de
ondersteuningsaanvrager hier zelf om verzoekt.
**9.** Een voorziening wordt beëindigd indien een nieuw, vervangend
middel wordt toegekend.
**10.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kunnen
burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van
de voorziening af te zien.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 7
Artikel 7.6
Intrekking en beëindiging
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Nuenen 2011