Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 7

Artikel 7.6

Intrekking en beëindiging

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Nuenen 2011

1. Burgemeester en wethouders trekken een besluit genomen op grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk in, indien: a niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld bij of krachtens de wet; b op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen, terwijl de ondersteuningsaanvrager wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat bedoelde gegevens onjuist waren; c gebleken is dat de voorziening niet langer noodzakelijk is. 2. Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in het eerste en derde lid, wordt de beschikking tot verlening van een persoonsgebonden budget ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag vanaf welke de budgethouder schriftelijk heeft aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget. 3. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden, dan wel dat niet binnen zes maanden uitvoering is gegeven aan het besluit. 4. Bij overlijden van de ondersteuningsaanvrager eindigt de voorziening per datum overlijden. 5. Bij verhuizing van de ondersteuningsaanvrager eindigt de voorziening per datum verhuizing. 6. De beschikking tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken of gewijzigd met ingang van de dag waarop de ondersteuningsaanvrager zijn verplichtingen niet nakomt. 7. Een voorziening wordt beëindigd als blijkt dat de ondersteuningsaanvrager zijn hoofdverblijf als bedoeld in artikel 1.1, onder o, niet meer in de gemeente heeft. 8. Een voorziening wordt beëindigd indien de ondersteuningsaanvrager hier zelf om verzoekt. 9. Een voorziening wordt beëindigd indien een nieuw, vervangend middel wordt toegekend. 10. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kunnen burgemeester en wethouders besluiten geheel of gedeeltelijk van de voorziening af te zien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel