Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.6.

Onttrekking van woonruimte met compensatie

Onderdeel van Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam

1.. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat bij een aanvraag van een onttrekkingsvergunning zowel het belang van de aanvrager als het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad zwaar wegen, of dat het belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad, kunnen burgemeester en wethouders de onttrekkingsvergunning verlenen onder voorwaarde van compensatie. Compensatie kan worden geboden door het aan de woonruimtevoorraad toevoegen van, naar het oordeel van burgemeester en wethouders aan de te onttrekken woonruimte (of deel ervan) in alle opzichten gelijkwaardige woonruimte, dan wel door middel van een door burgemeester en wethouders te bepalen financiële compensatie. 2.. Bij het als compensatie toevoegen van woonruimte, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt binnen vier weken na de verzenddatum van het desbetreffende besluit van burgemeester en wethouders door de aanvrager een waarborgsom betaald, die gelijk is aan het bedrag dat had moeten worden betaald, indien hij voor de in dat besluit gestelde financiële compensatievoorwaarde zou hebben gekozen. De totale waarborgsom zal worden terugbetaald, indien binnen een half jaar na de verzenddatum van het desbetreffende besluit van burgemeester en wethouders daadwerkelijke toevoeging van aan de onttrokken woonruimte in alle opzichten gelijkwaardige woonruimte heeft plaatsgevonden. 3.. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde toevoeging van woonruimte aan de woonruimtevoorraad dient binnen een half jaar na de verzending van een onttrekkingsbesluit daadwerkelijk te zijn geschied. 4.. In het geval van een keuze voor een financiële compensatievoorwaarde geldt een bedrag van € 190,59 per vierkante meter te onttrekken woonruimte. In bijzondere gevallen kan dit bedrag worden verminderd. Indien door het samenvoegen van woonruimten de woonruimteverdeling in Rotterdam wordt geschaad, geldt een compensatiebedrag van € 45,38 per vierkante meter bijgevoegde woonruimte. Financiële compensatie wordt betaald op de in de beschikking van burgemeester en wethouders aangegeven wijze. 5.. Bij het ongedaan maken van een woonruimteonttrekking wordt een betaalde compensatiesom niet gerestitueerd, indien die onttrekking feitelijk vijf jaar of langer heeft geduurd. Is de periode van onttrekking korter dan vijf jaar en is zij vervat in een tijdelijke onttrekkingsvergunning, dan dient per jaar van feitelijke onttrekking aan de woonbestemming 20% te worden betaald van het compensatiebedrag dat zou zijn verlangd bij permanente onttrekking. Wordt in geval van een vergunning voor permanente onttrekking achteraf geconstateerd dat de periode van feitelijke onttrekking korter dan vijf jaar heeft geduurd, dan zal in geval van een reeds volledig betaald compensatiebedrag een bedrag van 20% van het totale compensatiebedrag worden terugbetaald per vol jaar dat die onttrekking korter heeft bestaan. Dit bedrag zal niet worden vermeerderd met rente. 6.. Bij de berekening van het aantal vierkante meters te onttrekken woonruimte wordt uitgegaan van de som der oppervlakten gemeten op 1,5 m hoogte van alle te onttrekken ruimten, waarbij de maximaal te berekenen oppervlakte van een eventueel aanwezige berging gelijk zal zijn aan het daarover bepaalde in NEN 2580, waarnaar bij het begrip gebruiksoppervlakte wordt verwezen in artikel 1,1 lid 2 van het Bouwbesluit. 7.. Achterstallig onderhoud of een slechte technische staat, die het gevolg is van achterstallig onderhoud, wordt niet meegewogen bij de vaststelling van de hoogte van de financiële compensatie. 8.. Bij vergunningverlening voor omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerverhuur worden geen financiële compensatievoorwaarden gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel