Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning
intrekken, indien:
niet binnen in de onttrekkingsvergunning bepaalde termijn,
nadat deze vergunning onherroepelijk is geworden, is
overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting;
de onttrekkingsvergunning is verleend op grond van door de
aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren;
ingeval de onttrekkingsvergunning wordt verleend voor
omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten
behoeve van kamerverhuur, niet binnen twaalf weken na
verzending van het besluit van burgemeester en wethouders de
desbetreffende ruimte is aangepast aan de technische
vereisten op grond van het Bouwbesluit en de Bouwverordening
van de gemeente Rotterdam;
de onttrekkingsvergunning is verleend in verband met
omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten
behoeve van kamerverhuur en de vergunning
verblijfsinrichting op grond van hoofdstuk 7A van de
Bouwverordening is ingetrokken of vervallen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1.
Artikel 3.1.8.
Intrekken onttrekkingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam