Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1.

Artikel 3.1.8.

Intrekken onttrekkingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam

Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken, indien: niet binnen in de onttrekkingsvergunning bepaalde termijn, nadat deze vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting; de onttrekkingsvergunning is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; ingeval de onttrekkingsvergunning wordt verleend voor omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerverhuur, niet binnen twaalf weken na verzending van het besluit van burgemeester en wethouders de desbetreffende ruimte is aangepast aan de technische vereisten op grond van het Bouwbesluit en de Bouwverordening van de gemeente Rotterdam; de onttrekkingsvergunning is verleend in verband met omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerverhuur en de vergunning verblijfsinrichting op grond van hoofdstuk 7A van de Bouwverordening is ingetrokken of vervallen.

Rechtspraak bij dit artikel