Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

De aanvraag om nadeelcompensatie

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie Lage Erfbrug

1.. De aanvraag dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een periode van één jaar na 31 december van het kalenderjaar waarin de schade is ontstaan, bij het schademeldingsbureau te worden ingediend. 2.. De aanvraag moet worden ingediend door middel van een daartoe bestemd aanvraagformulier. De aanvraag wordt geacht te zijn ingediend als dit formulier door het schademeldingsbureau is ontvangen. De datum van ontvangst wordt op het aanvraagformulier aangetekend. Het schademeldingsbureau stelt de aanvraag ter advisering in handen van de adviescommissie. 3.. Het aanvraagformulier wordt ondertekend en bevat ten minste: de naam en het adres van de aanvrager; de ondertekening door de aanvrager; de datum/dagtekening; een beantwoording van de op het formulier weergegeven vragen. 4.. Het aanvraagformulier moet worden ingediend met inbegrip van de op het formulier genoemde bijlagen. 5.. Van de aanvrager wordt een recht van € 300,-- gevraagd. Het college wijst de aanvrager op de verschuldigdheid van deze vergoeding en deelt hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente moet zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, verklaart het college aanvrager niet ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest. Indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist, stort het college de betaalde behandelingsvergoeding terug. 6.. Het schademeldingsbureau bevestigt binnen twee weken schriftelijk de ontvangst van de aanvraag, waarbij de aanvrager in kennis wordt gesteld van de daarna te volgen procedure.

Rechtspraak bij dit artikel