Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Schadebeperking en verrekening van voordeel

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie Lage Erfbrug

1.. Heeft de aanvrager nagelaten redelijke maatregelen te nemen ter voorkoming of beperking van schade, dan blijft de schade die door het treffen van deze maatregelen voorkomen of beperkt had kunnen worden, ten laste van de aanvrager. 2.. De redelijke kosten van maatregelen ter voorkoming of beperking van schade behoren tot de te vergoeden schade. 3.. Indien de te nemen schadebeperkende maatregelen tot substantiële kosten leiden is aanvrager verplicht, alvorens hij tot het treffen van maatregelen als bedoeld in het vorige lid overgaat, de plannen voor de te nemen maatregelen met inbegrip van een raming van de kosten in te dienen bij het schademeldingsbureau, waarna de aanvraag in behandeling wordt genomen. 4.. Indien een aanvrager ter voorkoming of beperking van de schade, bepaalde maatregelen als bedoeld in het derde lid treft en door hem geen goedkeuring van het college is afgewacht, komen de volledige kosten in beginsel voor rekening en risico van deze aanvrager, tenzij de aanvrager in alle redelijkheid geen goedkeuring van het college kon afwachten. 5.. Indien naar het oordeel van het college de aanvrager verwijtbaar de gevolgen van het project heeft afgewacht, terwijl door het treffen van bepaalde maatregelen de nadelige gevolgen ervan hadden kunnen worden beperkt of voorkomen, kan het college geheel of gedeeltelijk afwijzend beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatie. 6.. De nadeelcompensatie die ter zake van deze maatregelen wordt verleend, wordt nimmer hoger gesteld dan het bedrag van de nadeelcompensatie waarop de aanvrager aanspraak zou kunnen maken indien de maatregelen niet zouden zijn genomen. 7.. Heeft het project voor aanvrager naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet dit voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade worden verrekend.

Rechtspraak bij dit artikel