**1..** De langdurigheidstoeslag bedraagt:
38,94% van de gezinsnorm 21 tot 65 jaar voor een gezin;
35,05% van de gezinsnorm 21 tot 65 jaar voor een alleenstaande ouder;
27,26% van de gezinsnorm 21 tot 65 jaar voor een alleenstaande.
**2..** Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden en nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
**3..** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Hoofdstuk 2
Artikel 4.
Hoogte langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2012