**1.** In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
vaarweg: elk binnen de provincie gelegen water dat openstaat voor het openbaar scheepvaartverkeer, voor zover vermeld op de onder f en g bedoelde lijsten;
minimaal benodigde vaarwegdiepte: diepte afgeleid van de diepgang van het maatgevende schip vermeerderd met de benodigde kielspeling;
werk: elk kunstwerk of ander bouwsel, waaronder begrepen oevers en oevervoorzieningen, boven, op, in, onder of langs een vaarweg gelegen;
vaarwegbeheer: de overheidszorg gericht op de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van een vaarweg en bijbehorende werken;
vaarwegbeheerder: het bestuursorgaan dat voor het vaarwegbeheer verantwoordelijk is;
lijst A : de lijst met kaart van vaarwegen in beheer bij de provincie;
lijst B: de lijst met kaart van binnen de provincie gelegen vaarwegen in beheer bij anderen, het Rijk uitgezonderd, en onder toezicht van de provincie;
schip: schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet.
**2.** Onder onderhoud wordt verstaan:
het houden of brengen van een vaarweg op de vastgestelde afmetingen;
het in goede staat houden of brengen van de oevers en de oeverwerken, zodanig dat de instandhouding en de bruikbaarheid van de vaarweg gewaarborgd blijven;
het schoonhouden van de vaarweg, met inbegrip van het afvoeren van vuil en waterplanten;
het verrichten van de werkzaamheden waardoor de goede staat en het functioneren van het werk, behorende bij de vaarweg, gewaarborgd blijven.
Hoofdstuk
Artikel 1