Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 14

Algemene bepalingen

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Kerkrade 2012

1.. Het college kan besluiten bijzondere bijstand te verlenen in de vorm van een geldlening of borgtocht: indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien; de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom (waaronder de eerste maand huur) betreft; de aanvraag inrichtingskosten van een door belanghebbende te betrekken woning in Kerkrade betreft, waarin begrepen de over deze lening aan de Kredietbank Limburg verschuldigde rente, zolang de lening niet is afgelost; de bijstand gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft. 2.. Het college gaat niet eerder over tot verlening van bijstand in de vorm van een borgtocht dan wanneer blijkt dat reguliere banken in Nederland, waaronder de Kredietbank Limburg, niet bereid zijn de lening of schuldsanering zonder borg van de gemeente te verstrekken. 1) De noodzaak van de lening moet door het College vastgesteld worden. 2) De aanvraag voor de borgstelling moet voldoen aan de regels die het College daar aan gesteld heeft. 5.. Het college zal aan het verlenen van bijstand in de vorm van een borgstelling of geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen. 6.. De cliënt dient de betalingsverplichtingen aan de Kredietbank Limburg en / of het college zondermeer na te komen. In gebreke blijven zal betekenen, dat het college de toegekende bijzondere bijstand evenals eventueel hierdoor ontstane meerkosten, zoals rente, terug zal vorderen.

Rechtspraak bij dit artikel