Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Algemene bepalingen

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Kerkrade 2012

1.. Bijzondere bijstand is alleen mogelijk als: a) een adequate voorliggende voorziening ontbreekt; b) er sprake is van aantoonbaar noodzakelijke kosten die door bijzondere omstandigheden veroorzaakt worden en die volgens het college niet betaald kunnen of konden worden uit het (gezins)inkomen en (gezins)vermogen; c) gekozen is voor de goedkoopste adequate voorziening; d) er behoudens het gestelde in Hoofdstuk 4 van deze richtlijnen geen sprake is van ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid. 2.. Aanvragen kunnen indient worden tot 12 maanden na het plaatsvinden van de behandeling, het consult, de hulpverlening, etc. Offertes op grond waarvan de aanvraag ingediend wordt mogen niet ouder dan 1 (één) maand zijn. 3.. Aan de bijzondere bijstand wordt de voorwaarde verbonden, dat belanghebbende zich zo nodig onderwerpt aan een behandeling, gericht op het wegnemen van de oorzaken van de bijstandsverlening. 4.. De algemeen gebruikelijke uitgaven met betrekking tot de kostensoort worden in mindering gebracht op de extra noodzakelijke, ongebruikelijke of medische uitgaven. 5.. Het college verstrekt de bijzondere bijstand zonder terugbetaalverplichting, tenzij er sprake is van * inrichtingskosten, * eerste huur en waarborgsom; * taxatie- en notariskosten bij het vestigen van een krediethypotheek; * tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. In dat geval wordt bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van borgtocht bij de KBL of een geldlening.

Rechtspraak bij dit artikel