In afwijking van het gestelde in de artikelen 4 en 5, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat gedurende een termijn van ten hoogste zes maanden na gehele of gedeeltelijke intrekking van de rijksregeling, het beschikken op aanvragen om een bijdrage op voet van deze verordening voortgang vindt overeenkomstig de criteria zoals deze vóór genoemde intrekking golden, mits de gemeentelijke financiële dekking hiervoor verzekerd is.