Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 7

Citeertitel

Onderdeel van Evaluatie pilot 'Nu of Nooit'

Deze beleidsregel kan worden aangehaald onder de naam ‘Beleidsregel Nu of Nooit’. ALGEMENE TOELICHTING OP DE BELEIDSREGEL In de ideale situatie is iedere jongere aan het werk of gaat naar school. Voor jongeren zonder startkwalificatie met schulden is dat erg moeilijk. Zonder opleiding is het moeilijk om aan het werk te komen en terug naar school betekent dat er niets aan de schulden wordt gedaan, omdat als het inkomen uitsluitend uit studiefinanciering bestaat er geen mogelijkheden zijn om schuldeisers een minnelijke regeling te kunnen aanbieden. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken heeft het college op 11 november 2008 besloten tot de pilot ‘Nu of nooit’ (2008/27861). De inzet was om een beperkt aantal jongeren zonder startkwalificatie met problematische schulden de kans te bieden alsnog een startkwalificatie te behalen en zo uitzicht te bieden op een schuldvrije toekomst met een fatsoenlijke baan. Essentie van het plan is dat de gemeente de financiële middelen beschikbaar stelt voor een succesvolle minnelijke schuldregeling. Als de jongere de startkwalificatie behaalt en 1 jaar uitkeringsonafhankelijk blijft wordt de schuld kwijtgescholden. Voortzetten Er zijn een aantal argumenten om de pilot voorlopig voort te zetten: 1 De pilot geeft op integrale wijze invulling aan doelstellingen uit het Meerjarig Bestuurlijk Beleidsplan (MBP). 2.De aanpak getuigt van lef, innovatie en ondernemerschap en trekt landelijk De aandacht. Besparing op uitkeringslasten doordat een jongere die weer naar school gaat geen bijstand meer krijgt, maar studiefinanciering. Er is nog geen representatief aantal deelnemers om het resultaat te kunnen meten. In de periode eind 2008 tot en met 2011 zijn pas 14 jongeren ingestroomd. Strengere toelatingscriteria vergroten de kans op succes. Al doende leert men. Daarom zijn de toelatingseisen gaandeweg aangescherpt. Naast de criteria onvoldoende regie over eigen leven hebben, niet over een startkwalificatie beschikken en problematische schulden wordt nu ook gekeken naar haalbaarheid, arbeidsmarktperspectief, motivatie, belemmeringen en budgetteringsbereidheid. Het kan goedkoper. Bij aanvang van de pilot is bepaald dat iedere deelnemende jongere zich vrijwillig onder bewind moest stellen en lifecoaching kreeg. Voortschrijdend inzicht heeft geleerd dat andere vormen van financiële hulp, zoals budgetbeheer, goedkoper en net zo doeltreffend kunnen zijn. Ook lifecoaching blijkt niet in alle gevallen nodig. Op grond van de ervaringen tot nu toe wordt de pilot voortgezet te zetten, vooralsnog voor de duur van drie jaar. Nu de pilot wordt voortgezet en uitvoering op grond van voortschrijdend inzicht is geëvolueerd zijn nieuwe beleidsregels nodig. Het ligt in de lijn van deze beleidsregel en de Algemene Subsidieverordening Heerlen dat de subsidie wordt aangewend om aan de uiteindelijke doelstelling, duurzame arbeidsparticipatie van de jongere, te voldoen. De casemanager zal dit proces nadrukkelijk monitoren. Indien de activiteiten van de subsidieaanvrager het belang van de pilot en dus het belang van de gemeente (doelstelling) niet ten goede komen, kan dit als een weigeringsgrond (conform de ASV artikel 8, lid 3) worden gezien. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING OP DE BELEIDSREGEL

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel