Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden laagrentende lening

Onderdeel van Nadere regels laagrentende leningen bij funderingsherstel

1.. De lening wordt alleen verstrekt indien de fundering binnen tien jaar hersteld moet worden en het funderingsprobleem binnen de bouwkundige eenheid integraal en conform de bouwvergunning wordt aangepakt. 2.. Wanneer de aanvrager van een andere lening en/of subsidiemogelijkheid gebruik maakt, die mede geldt voor funderingsherstel, kan de aanvrager geen gebruik maken van deze regeling. Voor cascoherstel en overige vervolgschade is een combinatie met andere financierings/subsidieregelingen wel mogelijk. 3.. De bij het herstelplan behorende begroting dient een specificatie te bevatten van de kostensoorten, zoals vermeld in de bij deze nadere regels behorende richtlijnen, excl. BTW en er dient sprake te zijn van een redelijke verhouding tussen prijs en kwaliteit. 4.. Om in aanmerking te komen voor een lening moet het college een positief advies ontvangen van het SVn. Ten behoeve van dit advies bepaalt het SVn door middel van een inkomenstoets de financieringsruimte van de aanvrager. Is de financieringsruimte onvoldoende dan volgt een negatief advies. 5.. Indien funderingsherstel binnen vijf jaar moet plaatsvinden zal het SVn bij een negatief advies ook een draagkrachttoets uitvoeren om na te gaan of de aanvrager in aanmerking komt voor een vangnetlening.

Rechtspraak bij dit artikel