Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Reglement burgerlijke stand 2009

1.. De benoeming van (buitengewoon) ambtenaren van de burgerlijke stand geschiedt door het college voor een bepaalde periode, te weten: voor leden van het gemeentebestuur van Rotterdam en voor leden van de deelgemeentebesturen, voor de periode dat zij onafgebroken deel uitmaken van dit bestuur; voor buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand welke niet behoren tot de vorige categorie voor een in het benoemingsbesluit te bepalen periode; voor ambtenaren behorende tot Publiekszaken Rotterdam of de afdeling Burgerzaken van een deelgemeente of wijksecretarie, voor de periode dat zij onafgebroken bij Publiekszaken Rotterdam of de afdeling Burgerzaken van een deelgemeente of wijksecretarie werkzaam zijn. 2.. Indien een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand in het jaar voorafgaande aan de herbenoeming geen huwelijk heeft voltrokken of een partnerschap heeft geregistreerd, kunnen wij besluiten een verzoek tot herbenoeming niet te honoreren. 3.. Ambtenaren van de burgerlijke stand die hun bevoegdheid gedurende een jaar niet hebben uitgeoefend, kunnen door het college worden ontslagen. 4.. De secretaris van een deelgemeente of van een wijkraad informeert de directeur van Publiekszaken Rotterdam onverwijld over alle wijzigingen die van belang (kunnen) zijn voor de uitvoering van het gestelde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel