Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Reglement burgerlijke stand 2012

1. De benoeming van ambtenaren en buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand geschiedt door het college van burgemeester en wethouders voor een bepaalde periode, te weten: a. voor ambtenaren behorende tot Publiekszaken Rotterdam of de afdeling Burgerzaken van een deelgemeente, voor de periode dat zij onafgebroken bij Publiekszaken Rotterdam of de afdeling Burgerzaken van een deelgemeente werkzaam zijn; b. voor buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand voor een in het benoemingsbesluit te bepalen periode, te weten: 1º. voor leden van het gemeentebestuur van Rotterdam en voor leden van de deelgemeentebesturen, voor de periode dat zij onafgebroken deel uitmaken van dit bestuur; 2º. voor personen die verklaren per jaar ten minste twaalf huwelijken te voltrekken of partnerschappen te registreren, voor de periode van vier jaar; 3º. voor personen, die in een andere gemeente beëdigd en benoemd zijn, voor de periode van één dag;4º voor personen die geen ambtenaar in gemeentelijke dienst zijn, meerderjarig zijn en niet onder curatele staan, op verzoek van een bruidspaar voor de periode van één dag. 2. Indien een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand in het jaar voorafgaande aan de herbenoeming geen huwelijk heeft voltrokken of een partnerschap heeft geregistreerd, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten een verzoek tot herbenoeming niet te honoreren. 3. Ambtenaren van de burgerlijke stand die hun bevoegdheid gedurende een jaar niet hebben uitgeoefend, kunnen door het college van burgemeester en wethouders worden ontslagen. 4. De secretaris van een deelgemeente informeert de algemeen directeur van Publiekszaken Rotterdam onverwijld over alle wijzigingen die van belang zijn voor de uitvoering van het gestelde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel