**1..** Gedragingen van de belanghebbende die niet vallen onder de artikelen 8 tot en met 11 van deze verordening, maar wel aangemerkt kunnen worden als tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18 van de WWB, leiden tot een maatregel.
**2..** Onder de in het eerste lid bedoelde gedragingen valt in ieder geval een onverantwoorde besteding van vermogen, waaronder begrepen het doen van schenkingen, op een moment dat de noodzaak van bijstandsverlening aanwezig was of redelijkerwijs was te voorzien.
**3..** Een maatregel op grond van het eerste lid wordt zo mogelijk afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag, met inbegrip van het onverantwoord bestede vermogen, gerelateerd aan de netto-bijstand, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden:
benadelingsbedrag nihil of niet vast te stellen: eerste categorie;
een benadelingsbedrag tot € 1000,-- leidt tot een maatregel van de tweede categorie;
een benadelingsbedrag van € 1000,-- tot € 2000,-- leidt tot een maatregel van de derde categorie;
een benadelingsbedrag van € 2000,-- tot € 4000,-- leidt tot een maatregel van de vierde categorie;
een benadelingsbedrag van € 4000,-- of meer leidt tot een maatregel van de zesde categorie.
**4..** Een op grond van dit artikel opgelegde maatregel laat de bevoegdheid van het college onverlet om tot opschorting of intrekking van het recht op bijstand of terugvordering van eerder verleende bijstand of de langdurigheidstoeslag over te gaan.
Paragraaf 2
Artikel 12
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving WWB Rotterdam 2009