Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 2

Toepassing van een maatregel

Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving WWB Rotterdam 2009

1.. Als de belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de WWB of de artikelen 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, legt het college een maatregel op. 2.. Een maatregel bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. 3.. Bij het opleggen van een maatregel wordt deze verordening in acht genomen, onverminderd de bevoegdheid van het college om de hoogte of de duur van een maatregel met toepassing van het tweede lid afwijkend vast te stellen. 4.. Voor zover het betreft de verlening van algemene bijstand aan personen van 65 jaar of ouder geldt bij het opleggen van een maatregel, in afwijking van deze verordening, het Besluit Beleidsregels SVB ter uitvoering van het door het college aan de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank verleende mandaat inzake de uitvoering van de WWB.

Rechtspraak bij dit artikel