**1..** Gedragingen van de belanghebbende die niet vallen onder de artikelen 8 tot en met 11 van deze verordening, maar wel aangemerkt kunnen worden als tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18 van de WWB, leiden tot een maatregel.
**2..** Onder de in het eerste lid bedoelde gedragingen valt in ieder geval een onverantwoorde besteding van vermogen, waaronder begrepen het doen van schenkingen, op een moment dat de noodzaak van bijstandsverlening aanwezig was of redelijkerwijs was te voorzien.
**3..** Een maatregel op grond van het eerste lid wordt zo mogelijk afgestemd op de hoogte van het bruto-benadelingsbedrag, met inbegrip van het onverantwoord bestede vermogen, gerelateerd aan de bijstand en bedraagt:
als het benadelingsbedragniet is ast te stellen: 30% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag tot € 4000,-: 30% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand
**4..** Een op grond van dit artikel opgelegde maatregel laat de bevoegdheid van het college onverlet om tot opschorting of intrekking van het recht op bijstand of terugvordering van eerder verleende bijstandover te gaan.
Paragraaf 2
Artikel 12
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving WWB Rotterdam 2009