In deze nadere regels wordt verstaan onder:
a.
aanvrager:
een eigenaar-bewoner, of een huiseigenaar die naast de
eigen woning in totaal maximaal drie woningen of
bedrijfsruimten verhuurt, of een combinatie
hiervan;
b.
bouwkrediet (of
bouwdepot):
de tijdelijke rekening waarop het bedrag van de
toegekende lening wordt gestort en waarop de declaraties
worden afgeboekt;
c.
bouwkundige eenheid:
een groep panden, die tegelijkertijd zijn gebouwd
volgens een gezamenlijk ontwerp, en/of constructief
onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn en dezelfde
fundering hebben;
d.
budgetplafond:
maximum van het totaal voor deze regeling door het
college beschikbaar gestelde budget per jaar;
e.
cascoschade:
schade aan wanden, vloeren, deuren en ramen, leidingen
en dergelijke die in verband kan worden gebracht met
funderingsschade;
f.
draagkrachttoets:
een aanvullende inkomenstoets die het SVn kan uitvoeren
indien een aanvrager over onvoldoende middelen beschikt
om de jaarlijkse rente en aflossing van de laagrentende
lening geheel te betalen. Met de toets wordt nagegaan
hoe groot de financieringsruimte van de aanvrager is, of
er sprake is van vermogen en hoe de financieringsruimte
zich naar verwachting in de toekomst zal
ontwikkelen;
g.
financieringsruimte:
het jaarlijkse budget dat de aanvrager beschikbaar
heeft voor het betalen van rente en aflossingen voor de
laagrentende leningen. Het budget ontstaat door van de
normfinancieringslast de bruto jaarlast van de reeds
afgesloten hypothecaire leningen en overige financiële
verplichtingen af te trekken;
h.
funderingsschade:
schade ontstaan aan de houten paalfundering, met als
gevolg een aanzienlijk verminderde draagkracht van de
funderingsconstructie. Een en ander vastgesteld op grond
van een funderingsonderzoek dat uitgevoerd is volgens de
in de sector geldende richtlijnen;
i.
herstelplan:
het plan voor het herstellen van de funderingsschade en
waarvoor een bouwvergunning wordt gevraagd;
j.
kosten:
de kosten die worden gemaakt ter zake van:
a.
funderingsherstel;
b.
herstel cascoschade;
c.
funderingsonderzoek;
d.
procesbegeleiding;
e.
bijkomende kosten zoals opgenomen in de richtlijnen (zie
bijlage).
k.
lening:
hypothecaire geldlening op basis van annuïteiten,
verstrekt door het SVn na een verleningsbesluit van het
college. De verstrekking van de lening vindt plaats op
basis van de samenwerkingsovereenkomst tussen het
college en het SVn. Op deze lening wordt een
rentekorting op het 15 jaars rentetarief van SVn gegeven
van 4% tot een minimum rentepercentage van 1,5%;
l.
normfinancieringslast:
de omvang van de financiële verplichtingen die de
aanvrager bij een bepaald gezinsinkomen verantwoord kan
aangaan. De norm die hierbij wordt gehanteerd is
gebaseerd op die van de Nationale Hypotheek
Garantie;
m.
procesbegeleiding:
begeleiding van eigenaren bij de aanpak van
funderingsherstel door een ter zake kundig bureau of
instantie;
n.
SVn:
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse
gemeenten;
o.
vangnetlening:
een lening waarbij rente en aflossing is gebaseerd op de
financieringsruimte van de aanvrager. De
financieringsruimte wordt vastgesteld op basis van een
draagkrachttoets;
p.
verleningsbesluit:
het besluit waarmee het college de aanvrager te kennen
geeft dat en onder welke voorwaarden een lening wordt
toegewezen. Het verleningsbesluit wordt beschouwd als
zijnde de door het SVn benodigde toewijzingsbrief;
q.
woning:
een gebouw of een zelfstandig gedeelte van dat gebouw,
welk geheel of gedeeltelijk voor permanente bewoning
wordt gebruikt of blijkens indeling en voorzieningen
voor permanente bewoning bestemd is.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Herziene nadere regels laagrentende lening bij funderingsherstel