**1..** Aan de aanvrager ten behoeve van een leerling die een school voor
basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt,
van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan euro
23.850,-, wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover
de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het
openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde afstand te
boven gaan.
**2..** In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betaalt de
aanvrager ten behoeve van een leerling die een school voor
basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt,
per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de
kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9
bepaalde afstand, indien het inkomen van de aanvrager meer bedraagt
dan euro 23.850,-.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste
lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan. Met dien verstande dat ten
hoogste een eigen bijdrage wordt gevraagd ten bedrage van de kosten
van een twee zone jaarkaart.
**4..** Het bedrag van euro 23.850,-, genoemd in het eerste en
tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2013 jaarlijks
aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen
van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het
voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van euro
450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste
en tweede lid genoemde bedrag van euro 23.850,-.
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op
- de leerling voor wie ingevolge artikel 10 voor een schooljaar
een bekostiging is verstrekt voor het vervoer per
fiets;
-de leerling voor wie ingevolge Titel 5 een
bekostiging is verstrekt.
**6..** Aan de aanvrager met meerdere kinderen binnen het gezin op het
speciaal basisonderwijs, waarvoor het vervoer volgens deze
verordening wordt bekostigd en waarvoor het drempelbedrag geldt,
wordt het drempelbedrag voor het tweede, derde en volgende kind
voor respectievelijk 25%, 50% en 75% kwijtgescholden.