De hoogte van de langdurigheidstoeslag is gelijk aan 38% van de
van de toepassing zijnde WWB norm, zoals deze geldt op 1 januari
voorafgaand aan de peildatum, inclusief vakantietoeslag en naar
boven afgerond op hele tientallen. Voor alleenstaanden en
alleenstaande ouders geldt dat de norm verhoogd wordt met de
maximale toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet.
Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten
van
het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13,
eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op
langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een
langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
alleenstaande ouder zou gelden.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2011