1. De ‘Verordening op de heffing en invordering van leges 2011’ van 16 december 2010, laatstelijk gewijzigd bij collegebesluit van 1 november 2011, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten:
a. die zich voor die datum hebben voorgedaan;
b. waarop de Wet ruimtelijke ordening of de Woningwet zoals deze luidden voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog moeten toegepast, met dien verstande dat de van toepassing zijnde tarieven worden verhoogd met 3%, waarbij de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op twee decimalen.
2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
3. In afwijking van artikel 13 eerste en tweede lid treedt onderdeel 2.3.4.8 van de tarieventabel in werking op het tijdstip dat het voorstel van de wet, houdende regels voor het verlenen van vergunning voor de onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen (Wet vergunning onrechtmatige bewoning recreatiewoningen), Kamerstukken II 2010/11, 32366, nr. 2, tot wet wordt verheven en in werking treedt, welk tijdstip tevens de datum van ingang van de heffing is.