De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;
voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen, waarvan de gemeente, de provincie of het rijk genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
voorwerpen die aanwezig zijn op aanvraag van Noordwijkse ingezetenen of in Noordwijk gevestigde verenigingen en stichtingen (ingeschreven in de registers van de Kamer van Koophandel) in het kader van de artikelen 5.2.2 (venten), 5.2.3 (standplaats), 2.1.2.1 (optocht) en 2.2.2 (evenement) van de Algemene Plaatselijke Verordening Noordwijk dan wel op basis van een vergunning (op basis van welk artikel van de verordening dan ook) voor het houden van een straatbarbecue, verenigingsactiviteit, buurtfeest of soortgelijke kleinschalige activiteit ter verhoging van de buurt- of wijksamenhang, waarvan de opbrengst volledig ten goede komt aan een liefdadig, godsdienstig of ander levensbeschouwelijk doel en/of wordt aangewend ten behoeve van een in Noordwijk gevestigde vereniging of stichting, ingeschreven in de registers van de Kamer van Koophandel, met een ideële doelstelling.
Hoofdstuk
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014