Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1.2

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening Monumentenfonds Zutphen 2005

In deze verordening wordt verstaan onder: Panden en/of objecten, verder te noemen 'monument(-en)': Rijksmonument: pand/ object dat door het Rijk is aangewezen als monument. Gemeentelijk monument: pand/object dat overeenkomstig de van toepassing zijnde gemeentelijke monumentenverordening op de gemeentelijke monumentenlijst is geplaatst. Beeldbepalend pand: pand/object dat als zodanig door het college is aangemerkt. Panden met historische rieten daken: panden, die tenminste 60 jaar zijn voorzien van een rieten dakbedekking. Restauratie: het eenmalig treffen van noodzakelijk voorzieningen tot opheffen van ingrijpende bouwtechnische gebreken, waar onder begrepen het normale onderhoud, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument. Meerjarig onderhoud: het noodzakelijk onderhoud volgens een goedgekeurd meerjarenonderhoudsplan, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument gedurende een periode 10 jaar. Eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die het monument waaraan de in deze verordening genoemde voorzieningen worden getroffen in eigendom heeft; onder eigenaar wordt mede verstaan: degene die het recht van erfpacht op het monument bezit; de houder van een recht van opstal; de toekomstige eigenaar, erfpachter van het monument, of houder van een recht van opstal, die in het bezit is van een voorlopig koop- of erfpachtcontract inzake het monument; de houder van een appartementsrecht als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek; de vereniging van eigenaren als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek. Verleningsbeschikking: het besluit van het college waarin, voorafgaand aan het treffen van de voorzieningen, voorlopig de hoogte van de leningskosten is vastgelegd en waarmee de eigenaar van een monument een aanspraak kan doen op een financiering in de vorm van een Restauratiehypotheek, een Onderhoudshypotheek of Onderhoudslening, mits aan alle aan de verlening van een financiering of lening verbonden voorwaarden is voldaan. Vaststellingsbeschikking: bij restauratie: het besluit van het college waarin, nadat de voorzieningen zijn getroffen, definitief de hoogte van de leningskosten is vastgelegd en de financiering definitief wordt afgerekend. Voorzieningen: maatregelen waarvoor op basis van deze verordening een financiering kan worden verleend. Leningskosten: de som van de geraamde en door het college goedgekeurde bedragen van: de aanneemsom voor het verrichten van de voorzieningen; de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; het naar rato van de verhouding tussen subsidiabel en niet subsidiabel geachte kosten, aan de leningskosten toe te rekenen gedeelte van: het honorarium van de architect, tot het maximum als is bepaald in de Standaard Rechtsverhouding Opdrachtgever – Architect 1988 (SR-1988) het honorarium van de constructeur en/of adviseurs voor zover inschakeling hiervan noodzakelijkis voor de instandhouding van het monument; het toezicht op de uitvoering; de leges voor de bouw- en monumentenvergunning en voor enig andere vergunning die nodig isvoor het treffen van de voorzieningen; de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting; een reservering bij restauratie tot een maximum van 5% van de aanneemsom voor het meerwerk, dat ten tijde van het opstellen van het plan tot het verrichten van de voorzieningen redelijkerwijs niet was te voorzien OF: een reservering bij meerjarig onderhoudtot een maximum van 20% van de aanneemsom voor het meerwerk, dat ten tijde van het opstellen van het plan tot het verrichten van de voorzieningen redelijkerwijs niet was te voorzien; de kosten voor het redelijkerwijs niet te vermijden en onvoorziene meerwerk, de reservering genoemd in artikel 1.2, lid 1e te boven gaand, voor zover deze kosten: gemeld zijn aan het college direct na constatering, maar vóór de uitvoering van het werk; voor zover deze kosten door het college zijn goedgekeurd; de kosten van een bouwhistorische opname en/of bouwhistorisch onderzoek gericht op het treffen van devoorzieningen. De noodzaak hiervan wordt bepaald door de gemeente Zutphen; de kosten van het maken van een 10-jarig onderhoudsplan (MJOP); de afsluitkosten van de eventuele hypotheek (afsluitprovisie/notariskosten). Niet tot de leningskosten behoren; de kosten van in zelfwerkzaamheid uitgevoerde voorzieningen. kosten van voorzieningen die strijdig zijn met vastgesteld gemeentelijke monumentenbeleid. Bij het bepalen van de leningskosten wordt uitgegaan van de door deRijksdienst voor deMonumentenzorg op grond van het Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten 1997vastgestelde Beleidsregels Onderhoud en Restauratie Monumenten. Meerjarig onderhoudsplan (MJOP): een goed onderhoudsplan, zoals van de Monumentenwacht Gelderland (of gelijkwaardig), gemaakt op basis van een monumentenwachtrapport (of gelijkwaardig), waarin het noodzakelijk onderhoud uit te voeren gedurende een bepaalde periode: in deze verordening 10 jaar. In zo’n rapport zijn opgenomen een omschrijving van het onderhoud met tijdsplanning en kostenbegroting. Monumentenfonds Zutphen: een fonds waaruit een hypotheek- of lening wordt verleend. Onderhoudslening: een laagrentende lening te verlenen uit het Monumentenfonds Zutphen. Onderhoudshypotheek: een laagrentende hypothecaire lening in de vorm van een onderhoudshypotheek, te verlenen uit het Monumentenfonds Zutphen. Restauratiehypotheek: een laagrentende hypothecaire lening in de vorm van een restauratiehypotheek, te verlenen uit het Monumentenfonds Zutphen. Bemiddelend Orgaan (BO): een onafhankelijke instelling (N.V. Bemiddelend Orgaan) van de N.V. Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, die op basis van vastgestelde normen toetst of de financiële draagkracht van de eigenaar van het monument voldoende is om een hypotheek of lening af te sluiten en in deze het college adviseert. Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn): een stichting die door het College belast is met de financiële afwikkeling binnen het Verordening Monumentenfonds Zutphen, waaronder begrepen het afsluiten van de hypotheken en leningen. Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen. Fiscaal relevante eigenaren: Eigenaar-bewoners en verhuurders van Rijksmonumenten, die recht hebben op toepassing van afdeling 6.8 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 en eigenaren van Rijksmonumenten wiens panden behoren tot ondernemingsvermogen. Het al of niet feitelijk verkrijgen van fiscale aftrek (overschrijding van drempelbedragen) is daarbij niet relevant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel