**1..** Op grond van deze verordening kan het college een financiering toekennen voor het treffen van:
voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken aan het monument;
overige voorzieningen die voor de instandhouding van het monument noodzakelijk zijn;
beperkte reconstructies van onderdelen van monumenten;
het vervangen en/of herstellen van rietbedekking van panden met historische rieten daken.
**2..** De financieringsgrondslag wordt berekend over de kosten van voorzieningen, met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enig andere regeling een financiering of lening kan worden verkregen.
**3..** Geen hypotheek of lening wordt verstekt in de volgende gevallen:
Voor Rijksmonumenten waarvoor op met moment van indiening van de aanvraag of binnen 6 maanden daarna, de mogelijkheid of het recht bestaat op:
het verkrijgen van subsidie(-s) of een lening in het kader van de Besluit rijkssubsidiëringinstandhouding monumenten (Brim), Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten (Brrm) en/of Besluit rijkssubsidiëring onderhoud monumenten (Brom).
het verkrijgen van laagrentende leningen voor onderhoud en/of restauratie bij het Nationaal Restauratiefonds.
Voor Rijksmonumenten eigendom van fiscaal relevante eigenaren.
Voor restauraties aan beeldbepalende panden, waarvoor op met moment van indiening van de aanvraag of binnen 6 maanden daarna, het 'Cultuurfonds voor Monumenten Gelderland’ leningen verstrekt of zou kunnen verstrekken. De bewijslast hiervoor ligt bij de pandeigenaar.
**4..** De stapeling van regelingen is niet toegestaan met uitzondering van de onderhouds- en restauratiesubsidies verstrekt door de Provincie Gelderland.
**5..** De financiering wordt verleend aan de eigenaar van het monument waaraan de voorzieningen worden getroffen.
**6..** In geval van schade door brand of calamiteit worden de goedgekeurde leningskosten berekend uit de kosten van de te treffen voorzieningen minus de dekking van de uit te keren verzekeringsgelden.
**7..** Een hypotheek of lening wordt slechts verleend:
voor zover de deelbudgetten van het fonds als bedoeld in artikel 1.4, lid 1 en 2 toereikend zijn;
voor monumenten dan wel gebieden die een onderdeel vormen van de op grond van artikel 1.5, lid 1 vastgestelde prioriteiten.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1.6
Grondslag en werkingssfeer
Onderdeel van Verordening Monumentenfonds Zutphen 2005