Voor zover de belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, moet de belasting gelijktijdig met de aangifte aan de in artikel 231, tweede lid onderdeel c, van de Gemeenteweet bedoelde gemeenteambtenaar worden betaald.
Voor zover de belasting wordt geheven bij wege van aanslag als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, moet de aanslag, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald uiterlijk 2 maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
Voor zover een voorlopige aanslag wordt opgelegd als bedoeld in artikel 9, tweede lid, moet de aanslag, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald uiterlijk 2 maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.
Hoofdstuk
Artikel 12
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2014