1.Voorafgaand aan de werkzaamheden zal door de aanbieder bij de gemeente een historisch bodemonderzoek worden aangevraagd.
2.Bij het werken in verontreinigde grond dient de CROW-richtlijn 307 (“Kabels en leidingen in verontreinigde grond”) te worden nageleefd.
2.Bij het aantreffen van zintuigelijke verontreinigingen (geur, kleur of bodemvreemd materiaal) dient direct contact te worden opgenomen met de gemeente. Tevens wordt geadviseerd om in een dergelijk geval de werkzaamheden tot nader order stil te leggen.
3.Indien tijdens werkzaamheden bodemverontreiniging wordt geconstateerd, dienen de werkzaamheden te worden gestaakt en dient de aanbieder dit bij de gemeente te melden. De aanbieder en/of het bedrijf dat de werkzaamheden uitvoert blijven te allen tijde verantwoordelijk voor eventuele risico’s voor de volksgezondheid, veiligheid en het milieu voortvloeiende uit aanwezige bodemverontreiniging, tenzij de gemeente op grond van andere wet- of regelgeving zelf verantwoordelijk/aansprakelijk is.
4.Indien werkzaamheden plaats vinden in verontreinigde grond dienen de veiligheidsklassen (volgens CROW-richtlijn 132 “Werken in verontreinigde grond”) vastgesteld te worden door een ter zake kundig bedrijf zodat de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen worden toegepast.
5.De bodemlagen dienen na uitplaatsen in hetzelfde ontgravingsprofiel, onder dezelfde bodemomstandigheden zonder dat de grond een bewerking heeft ondergaan, te worden teruggebracht in de ontstane sleuf.
6.Indien als gevolg van zetting (een deel van) de grond niet in de sleuf kan worden teruggebracht, dan dient de grond te worden afgevoerd naar een erkende acceptant.
7.Indien de veroorzaker van de bodemverontreiniging bij de gemeente bekend is zal zij de aanbieder op diens verzoek hiervan op de hoogte stellen.
8.Indien door de gemeente acties worden ondernomen tegen de veroorzaker zullen daarin de belangen van de aanbieder worden meegenomen.
9.Bijkomende kosten als gevolg van bodemverontreiniging zijn in eerste instantie voor rekening van de aanbieder en kunnen (indien mogelijk) worden verhaald op de veroorzaker van de verontreiniging.
Hoofdstuk 3:
Artikel 18:
Bodemverontreiniging
Onderdeel van Het vaststellen van de "uitvoeringsregels telecommunicatieverordening gemeente Heerlen"