Aan de ambtenaar die geen leidinggevende functie in het eerste of tweede echelon heeft en voor wie de werktijden zijn vastgesteld conform artikel 3:3 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst, wordt een toelage toegekend op grond van artikel 3:3 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst.
De toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:
20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00 en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;
20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 22.00 en 24.00 uur;
40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 6.00 uur;
45% voor de uren op zaterdag;
70% voor de uren op zondag;
70% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 4:2:1, derde lid, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst, met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij maximum schaal 7.
Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 20.00 uur.
In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.
Het college van burgemeester en wethouders kan één avond (maximaal 3 uur aansluitend na 18.00 uur) in de week aanwijzen als vastgestelde werktijd binnen de arbeidsduur van een ambtenaar. Voor deze vastgestelde werktijd bestaat geen recht op een toelage onregelmatige dienst.