Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. De vergoeding wordt genoten met ingang van de dag van beëdiging en eindigt op de dag van beëindiging van het raadslidmaatschap.
Aan het raadslid wordt voor de duur van het lidmaatschap van de vertrouwenscommissie, rekenkamerfunctie of onderzoekscommissie dan wel voor de duur van de activiteiten per jaar een toelage toegekend tot ten hoogste 5% van de vergoeding voor de werkzaamheden op jaarbasis.
Aan een fractievoorzitter wordt een extra vergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 8b, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
Artikel 2
Vergoeding voor de werkzaamheden
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden