Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1.

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de warenmarkt(en) voor de gemeente Enkhuizen 2012

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Enkhuizen; markt: de door het college ingestelde warenmarkt op grond van artikel 160 lid 1 onder h Gemeentewet, die plaatsvindt op de, bij of krachtens artikel 2 vastgestelde dag, tijd en plaats; marktterrein: de gehele openbare of voor het publiek toegankelijke oppervlakte grond, die bij of krachtens artikel 2 is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats; anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; aanspreekpunt: een door het college aangewezen standhouder die voor wekelijks toeziet op de markt; branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde vaste plaatsen per artikelengroep; levenspartner: de persoon met wie de vergunninghouder met het oogmerk duurzaam samen te wonen een gemeenschappelijke huishouding voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring ingericht volgens door het college te stellen regels. 2.. In deze verordening wordt de mannelijke persoonsvorm gebruikt. Waar dat het geval is wordt de vrouwelijke persoonsvorm geacht er in te zijn begrepen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel