**1..** Het commissielid als bedoeld in artikel 3, lid 2, sub c wordt benoemd voor de periode van 3 jaar.
**2..** Behalve door aftreden eindigt het lidmaatschap:
door ontslag op eigen verzoek;
door overlijden;
door ondercuratelestelling of ander verlies van handelingsbekwaamheid;
door ontslag overeenkomstig artikel 7 van deze verordening;
door het verliezen van de hoedanigheid op grond waarvan men tot commissielid werd benoemd;
door het verliezen van het vertrouwen van de organisaties op welker aanbeveling men tot commissielid werd benoemd;
door afwezigheid langer dan zes maanden, indien die afwezigheid volledige deelname aan de werkzaamheden van de commissie belet.
**3..** In tussentijdse vacatures wordt binnen drie maanden voorzien. Het bestaan van tussentijdse vacatures laat de taken en bevoegdheden van de commissie onverlet. De benoeming geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.
**4..** Het lid dat in een tussentijds vacature is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.