Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Reglement op de commissie integriteit Zaanstad 2009

1.. Het commissielid als bedoeld in artikel 3, lid 2, sub c wordt benoemd voor de periode van 3 jaar. 2.. Behalve door aftreden eindigt het lidmaatschap: door ontslag op eigen verzoek; door overlijden; door ondercuratelestelling of ander verlies van handelingsbekwaamheid; door ontslag overeenkomstig artikel 7 van deze verordening; door het verliezen van de hoedanigheid op grond waarvan men tot commissielid werd benoemd; door het verliezen van het vertrouwen van de organisaties op welker aanbeveling men tot commissielid werd benoemd; door afwezigheid langer dan zes maanden, indien die afwezigheid volledige deelname aan de werkzaamheden van de commissie belet. 3.. In tussentijdse vacatures wordt binnen drie maanden voorzien. Het bestaan van tussentijdse vacatures laat de taken en bevoegdheden van de commissie onverlet. De benoeming geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4. 4.. Het lid dat in een tussentijds vacature is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel