Inkomsten uit arbeid kunnen maximaal zes aaneengesloten maanden worden vrijgelaten tot 25% van deze inkomsten met een maximum van € 192,00 per maand (bedrag geldig per 1 januari 2012) op basis van artikel 31 lid 2 sub o WWB.
Het doel van deze inkomstenvrijlating is om de uitkeringsgerechtigde te stimuleren een volledige baan te accepteren.
De vrijlating wordt alleen toegekend als die bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde. Er moet een redelijke kans zijn, dat volledige uitstroom binnen of na zes maanden plaats vindt. Dit moet uitdrukkelijk gemotiveerd worden. Ook moet het tijdstip van werkaanvaarding gelegen zijn na de ingangsdatum van de bijstand en vanuit een situatie van volledige werkloosheid. Indien een arbeidsovereenkomst een duurzaam karakter ontbeert en de werkzaamheden feitelijk slechts van korte duur zijn geweest kan het college in redelijkheid besluiten geen toepassing te geven aan de inkomstenvrijlating
De vrijlating duurt nooit langer dan zes maanden. Wanneer bijvoorbeeld de uitkeringsgerechtigde in januari werkt en de eerste keer een vrijlating krijgt, eindigt het recht op vrijlating na de maand juni, ook al heeft hij/zij bijvoorbeeld over de maand maart geen inkomsten uit arbeid ontvangen. Er bestaat maar éénmaal recht op deze vrijlating.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Reguliere vrijlating
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie gemeente Borsele 2012