**1..** Het college informeert de raad door middel van drie tussentijdse rapportages:
De eerste programmarapportage in het voorjaar over de realisatie van de begroting van het lopende boekjaar in relatie tot de jaarrekening van het voorafgaande boekjaar.
De tweede programmarapportage in het najaar over de realisatie van de begroting van het lopende boekjaar in relatie tot de begroting voor het komende boekjaar.
De derde programmarapportage in december.
Deze rapportage heeft alleen betrekking op een financiële bijstelling van de begroting van het lopende boekjaar. Deze rapportage bevat dan ook alleen een beslispuntenlijst en een begrotingswijziging.
**2..** De inrichting van de tussentijdse programmarapportages sluit aan bij de programmalijnindeling van de begroting.
**3..** De programmarapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
De baten en lasten per programmalijn.
Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen.
Het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b.
De (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programmalijn.
Het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede een realisatie en raming van de productenrealisatie en de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
**4..** In de programmarapportage worden afwijkingen van de geraamde baten en lasten en investeringskredieten in de begroting - op programmalijnniveau - groter dan 1% toegelicht (met een minimum bedrag van € 50.000,--).
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.