Naar hoofdinhoud
1.. Voor openstaande publiekrechtelijke vorderingen wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 50.000, een voorziening gevormd ter grootte van het gemiddeld oninbaarheidspercentage van de afgelopen drie jaren. 2.. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling van de inbaarheid van de openstaande vorderingen.

Rechtspraak bij dit artikel