Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
wijzigen:
op schriftelijk verzoek van een vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van
de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
vergunningen komt te vervallen of verandert;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met een
(de) aan de vergunning verbonden voorschrift(en);
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang.
Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is
met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of
wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld en
gewezen op een eventuele beroepsmogelijkheid.
AFDELING IIIVerbodsbepalingen
AFDELING II
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en verlening van vergunningen voor het parkeren 2012