De verzoeken van ambtenaren voor studiefaciliteiten die afgewezen zijn omdat deze niet voldoen aan de criteria van de vakgerichte opleidingen en POP’s kunnen in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor een werkgeversbijdrage. De criteria voor een werkgeversbijdrage zijn:
Er is een beperkt belang voor de werkgever;
Het belang van de werkgever is op te maken op basis van het afdelingsplan, collegeprogramma of een te verwachten ontwikkeling;
De werkgever is van oordeel dat de opleiding bijdraagt aan een verbetering van de kwalificaties:
waardoor er een verbeterd perspectief is op interne doorstroming bij de gemeente Heemstede, of
waardoor er een verbetering is van het perspectief op een loopbaan buiten de gemeente Heemstede.
De werkgever is van oordeel dat de door de medewerker gewenste loopbaanontwikkeling reëel is. M.a.w. de medewerker wordt in staat geacht de opleiding te voltooien en de functie(niveau) die hierbij aansluit aan te kunnen.
De medewerker verschaft de werkgever informatie over het doel en achtergronden van de door hem of haar gewenste loopbaanontwikkeling en de aard en inhoud van het opleidingstraject.
Om voor een vergoeding in aanmerking te komen dient te worden voldaan aan alle criteria van het eerste lid van dit artikel.
Hoofdstuk IV
Artikel 20
Voorwaarden werkgeversbijdrage studiefaciliteiten
Onderdeel van Regeling Studiefaciliteiten gemeente Heemstede 2006