Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III. › § 2.

Artikel 30.

Aanvraag tot subsidieverlening

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening gemeente Zeist 2009

1.. Een aanvrager dient een aanvraag tot subsidieverlening, tussen 1 januari en 30 juni van het jaar direct voorafgaand aan subsidieperiode, in bij het college. 2.. Bij een aanvraag voor een prestatiesubsidie overlegt de aanvrager de volgende stukken: a.. een activiteitenplan waarin een overzicht is opgenomen van door de aanvrager voorgenomen activiteiten en/of diensten en de door de aanvrager nagestreefde doelstellingen voor het betreffende subsidietijdvak; b.. een begroting met een overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven voor het betreffende subsidietijdvak, die verbonden zijn met de activiteiten en waarbij de inkomsten en uitgaven zijn gespecificeerd per activiteit of per cluster van activiteiten; 3.. Indien voor het jaar voorafgaand aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd, geen subsidie van de gemeente Zeist is ontvangen, gaat de aanvraag voorts vergezeld van: a.. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd; b.. een uittreksel uit het handelsregister van maximaal 6 maanden oud; c.. een overzicht van de financiële situatie op het moment van de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een jaarrekening over het voorafgaande boekjaar. 4.. Het college kan na ontvangst van de aanvraag overlegging van andere stukken en verstrekking van nadere informatie verlangen binnen een door het college gestelde termijn, als zij dit ter beoordeling van de aanvraag nodig acht. 5.. Het college kan bepalen dat een of meer van de in dit artikel genoemde stukken niet overgelegd behoeven te worden, indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel