1. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
van:
a. de weigering van burgemeester en wethouders wijziging aan te brengen
in de gemeentelijke monumentenlijst; b. de weigering van burgemeester en
wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een
gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 10, tweede lid,
van deze verordening; c. voorschriften door burgemeester en wethouders
verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van
een gemeentelijk monument; schade lijdt of zal lijden, die
redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven,
kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te
bepalen schadevergoeding toe.
2. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
verordening procedure voor advisering tegemoetkoming in planschade 2009
van overeenkomstige toepassing.