De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen worden geweigerd indien gegronde reden bestaat aan te nemen dat:
de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;
de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien met winstoogmerk;
de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken en/of de aanvrager over een dusdanig eigen vermogen beschikt dat subsidiëring redelijkerwijs achterwege kan blijven; hierbij wordt uitgegaan van een vermogen dat groter is dan 25% van de begroting van de aanvrager;
de subsidieverstrekking niet past binnen door het gemeentebestuur vastgesteld beleid;
de aanvrager de behoefte aan de activiteiten niet aannemelijk kan maken;
er een doublure ontstaat qua activiteiten en/of werkzaamheden van een reeds door de gemeente gesubsidieerde rechtspersoon of niet-rechtspersoon;
de door de aanvrager aan leden/deelnemers van de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo laag is gesteld, dat door een redelijke verhoging hiervan subsidieverlening achterwege kan blijven.