Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Algemene eisen

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Arnhem 2002

1.. Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats indien deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate in het algemeen gemeentelijk belang zijn. 2.. Een subsidie wordt slechts verleend indien de subsidieaanvrager rechtspersoonlijkheid bezit. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het tweede lid afwijken. 4.. Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 5.. De instelling die subsidie ontvangt, dient in haar personeelsbeleid gelijke kansen voor vrouwen, gehandicapten en leden van etnische minderheden na te streven. 6.. De instelling die subsidie ontvangt dient zich in te spannen om daar waar activiteiten plaatsvinden in een accommodatie deze bereikbaar en toegankelijk te maken voor gehandicapten. 7.. De instelling die subsidie ontvangt, dient – voor zover gewerkt wordt met vrijwilligers – te beschikken over een vrijwilligersstatuut, inhoudende een regeling van de verzekeringen van de vrijwilligers, een regeling van de medezeggenschap van de vrijwilligers in het organisatiebeleid en een vergoedingsregeling. 8.. De instelling die subsidie ontvangt dient voor de accommodatie waar met subsidiegelden georganiseerde activiteiten plaatsvinden, nadere spelregels op te stellen, gericht op een beperking van het gebruik van alcohol en tabak. 9.. Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het vijfde tot en met het achtste lid afwijken.

Rechtspraak bij dit artikel