In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet,
is de subsidieontvanger aan de gemeente een vergoeding van de
vermogenswaarden verschuldigd.
De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan
van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op
het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien
verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor
verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag
dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt
ontvangen.
Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
door een onafhankelijke deskundige.
Hoofdstuk
Artikel 32
Vergoeding vermogensvorming
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Arnhem 2002