1.Voor zover door burgemeester en wethouders niet anders is bepaald,
dient de aanvraag vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor
subsidie wordt aangevraagd, ingediend te worden.
Burgemeester en wethouders kunnen besluiten aanvragen die na 1 oktober
zijn ingediend, niet te behandelen.
De subsidieaanvraag dient in ieder geval vergezeld te gaan van
een activiteitenplan en een begroting met toelichting.
Bij een eerste subsidie aanvraag legt de instelling tevens
over:
een afschrift van de oprichtingsakte van de instelling
dan wel van de statuten van de instelling zoals deze
laatstelijk zijn gewijzigd;
een beschrijving van de organisatievorm van de
instelling;
een opgave van de bestuurssamenstelling;
de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel
361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de
balans en de staat van baten en lasten en de toelichting
daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag
over de financiële positie van de aanvrager op het
moment van de aanvraag.
Burgemeester en wethouders kunnen overlegging eisen van andere
bescheiden dan bedoeld in bovenstaande leden, dan wel nadere
informatie verlangen, indien zij dit noodzakelijk achten voor
een goede beoordeling van de subsidieaanvraag.
Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat een
schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als
bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
omtrent de getrouwheid van de in lid 3 sub d. bedoelde
bescheiden dan wel een mededeling dat van onjuistheden niet is
gebleken.
Hoofdstuk 2:
Artikel 9
De aanvraag tot subsidieverlening
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Arnhem 2002