Deze verordening verstaat onder:
Amateurkunst: het in groepsverband, niet beroepsmatig beoefenen van muziek, zang, toneel, dans, opera of operette.
Organisatie: een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die tenminste een jaar bestaat.
Muziekvereniging: een vereniging die zich uitsluitend dan wel in hoofdzaak ten doel stelt het maken van instrumentale muziek en die tenminste 20 leden telt; het betreft harmonieën, fanfares, drumbands, brassbands, lyrakorpsen, orkesten en majorettenkorpsen.
Zang-, toneel- of dansvereniging: een vereniging die zich uitsluitend dan wel in hoofdzaak ten doel stelt het zingen in koorverband - niet zijnde ten behoeve van erediensten-, de beoefening van toneel of dans en die tenminste 20 leden telt.
Opera- en operettevereniging: een vereniging die zich uitsluitend dan wel in hoofdzaak ten doel stelt het beoefenen van opera en operette en die tenminste 20 leden telt.
Lid: een persoon die op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft bij de plaatselijke vereniging geregistreerd staat, contributie betaalt en actief deelneemt aan de activiteiten van de vereniging.
Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.