Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Het college van Burgemeester en Wethouders;

In dit reglement wordt verstaan onder: ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren; afvalstoffen: scheepsafval, ladingresiduen, vloeibare of vaste afvalstoffen die ontstaan bij het schoonmaken van een schip; bijlage: bij dit reglement behorende bijlage; boeienspan: ligplaats met het kenmerk dat het schip vanaf het voor- of achterschip op een of meer boeien of palen kan afmeren, waarbij het schip gemeerd ligt zonder enig contact met overige havenafmeervoorzieningen; brandbare vloeistoffen: een vloeistof met een vlampunt dat lager ligt dan of gelijk is aan 100 graden Celsius, en uitsluitend een brandbare eigenschap bezit; brandstofolie: elke olie die wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwings- of hulpwerktuigen van schepen; bunkercontrolelijst: bunkercontrolelijst, als bedoeld in de ISGOTT; bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een bunkerschip naar een zeeschip; bunkerschip: tankschip gebruikt voor het bevoorraden van schepen met brandstofolie of smeerolie; droogmaken: openstaande ladingtanks laten drogen of ventileren nadat deze met water zijn gewassen of op een andere wijze voldoende zijn schoongemaakt; gasdeskundige: gasdeskundige als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenregeling, of een medewerker van de Divisie Havenmeester van Havenbedrijf Rotterdam N.V., die daartoe door of vanwege dat bedrijf is opgeleid; Havenbeheersverordening: Havenbeheersverordening Schiedam 2010; IMO: Internationale Maritieme Organisatie; inrichting: inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; ISGOTT: International Safety Guide for Oiltankers and Terminals; open vuur: vuur, vonkvorming en elk oppervlak binnen een afstand van 25 meter van een gevaarlijke stof, dat een temperatuur heeft die gelijk is aan of hoger dan de minimum-ontstekingstemperatuur van die stof; overslag: laden of lossen van lading in of uit een schip; passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van toereikende en geldige certificaten; RCLZ: Regeling communicatie en loodsaanvragen zeevaart; schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd; schoonmaakcertificaat: door een gasdeskundige afgegeven certificaat, waaruit blijkt dat de ruimten binnen de ladingzone van een schip die ladingresten van een onverpakte gevaarlijke stof bevatten of laatstelijk hebben bevat, voldoende zijn schoongemaakt; schoonmaakschip: schip dat ingericht is om ruimten, tanks of andere plaatsen aan boord van een ander schip, die schadelijke of gevaarlijke stoffen bevatten, schoon te maken; schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het gasvrij, schoon-, of droogmaken van een tankschip; sloptank: tank aan boord van een schip bestemd voor het houden van al dan niet met water vermengde ladingrestanten van schadelijke, brandbare of andere gevaarlijke vloeistoffen (slops); smeerolie: elke vloeistof bestemd voor smering van machines aan boord van schepen; vlampunt: vlampunt, bepaald met het toestel van Pensky-Martens; werkschip: elk schip dat onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de haveninfrastructuur, uitgezonderd een schip dat baggerwerkzaamheden uitvoert.

Rechtspraak bij dit artikel