Het is verboden een anker te gebruiken, tenzij:
ligplaats wordt genomen in een boeienspan of een palenligplaats;
dit geschiedt door een drijvende kraan en zeker is gesteld dat gebruik van een anker geen schade toebrengt aan de in de onderwaterbodem aangebrachte leidingen, kabels, duikers of oever- of kadeverdedigingswerken.
Het voornemen om een anker te gebruiken als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt gemeld aan de havenmeester.
De melding bedoeld in het tweede lid vindt plaats per telefoon, per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal, per fax of per e-mail.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.8 Gebruik van ankers
Artikel 2.8 Gebruik van ankers
Onderdeel van Het college van Burgemeester en Wethouders;