**1..** Bij de verlening van een PGB voor hulp bij het huishouden worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd:
De budgethouder gebruikt het PGB uitsluitend voor betaling van hulp bij het huishouden en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten;
De voorziening die wordt ingekocht is een adequate voorziening en is kwalitatief verantwoord;
De budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de persoon of de instantie bij wie hij hulp bij het huishouden betrekt waarin ten minste de volgende afspraken zijn opgenomen:
Declaraties voor hulp bij het huishouden worden niet betaald indien zij niet binnen zes weken na de maand waarin de zorg is verleend bij de budgethouder zijn ingediend;
Een declaratie van een persoon bij wie de budgethouder hulp bij het huishouden betrekt, bevat een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, het sociaal fiscaal nummer en de naam en het adres van de persoon bij wie de budgethouder hulp bij het huishouden betrek, en wordt door deze persoon ondertekend;
Een declaratie van een instantie bij wie een budgethouder hulp bij het huishouden betrekt, bevat het btw-nummer van die instantie, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het tarief, het aantal te betalen uren, en de naam en het adres van de instantie, en wordt namens de instantie ondertekend.
De budgethouder bewaart de in onderdeel c bedoelde overeenkomsten en declaraties gedurende zeven jaren en stelt deze, desgevraagd, ter beschikking van het college;
De budgethouder van een PGB op basis van klasse 1 tot en met 3 legt binnen zes weken na het einde van ieder kalanderjaar door middel van invulling van een daartoe aan het eind van ieder jaar door het college verstrekt formulier aan het college verantwoording af over het gebruik van de in dat jaar verleende voorschotten en eventuele eerder verleende voorschotten voor zover deze nog niet voor betalingen als bedoeld onder lid 1 onderdeel a waren gebruikt;
De budgethouder van een PGB op basis van klasse 4 en hoger legt binnen zes weken na het einde van iedere periode van 4 weken door middel van invulling van een daartoe aan het eind van ieder jaar door het college verstrekt formulier aan het college verantwoording af over het gebruik van de in dat jaar verleende voorschotten en eventuele eerder verleende voorschotten voor zover deze nog niet voor betalingen als bedoeld onder lid 1 onderdeel a waren gebruikt;
Bij de verantwoording over het laatste periode van 4 weken van een kalenderjaar, dan wel in het kalenderjaar waarin de budgetperiode eindigt, het laatste kwartaal in de budgetperiode, voegt de budgethouder per persoon of instantie bij wie hij hulp bij het huishouden betrekt een door het college verstrekt formulier waarop naam, adres en sociaal-fiscaal nummer van de persoon respectievelijk naam, adres en BTW-nummer van de instantie heeft aangetekend, alsmede het in dat kalenderjaar aan die persoon of die instantie betaalde bedrag;
De budgethouder deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verlening van het PGB.
**2..** Lid 1 onderdeel g is niet van toepassing indien de budgethouder verplicht is tot loonheffing.
**3..** Het college controleert steekproefsgewijs of de formulieren bedoeld in lid 1 onderdelen e en g naar waarheid zijn ingevuld.
HOOFDSTUK 7
Artikel 27
Verplichtingen PGB hulp bij het huishouden
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning